HTM Koppelstel, 2x1200 op lijn 12
Koppelstel (bij trams) volgens Google AI:
- Een combinatie van twee of meer tramstellen die aan elkaar zijn gekoppeld om als één lange eenheid te rijden.- En vervolgens meldt Google AI: - Er reizen meer reizigers mee zonder dat er een extra trambestuurder nodig is. -
Dat is juist, maar de volgwagen had nog wel een tweede verplichte conducteur aan boord. Pas na de invoering van de stempelkaart en aanpassing van de deurbediening volgde de eenmansbediening voor het hele koppelstel.
Bij mij kunnen de twee motorwagens zelfstandig rijden, elk met een eigen decoder en decoderadres. Het computerprogramma Koploper "koppelt" de twee. Het programma stuurt de voorste tram en de volgwagen simultaan aan. Ik heb de wagens fysiek gekoppeld met de vaste Schaku imitatie van Harmsen Modellbau, artikelnummer 01037.
Vaste Schaku van Harmsen-Modellbau.
Die koppelboom hangt iets lager onder de bak dan de gelijkvormige Schaku's voor en achterop het stel. Dat is om voldoende bewegingsruimte te hebben. Het koppelstel rijdt nu als één tram en dat ziet er prachtig uit.
De halteperrons waren al op lengte gemaakt voor een koppelstel. Maar de trams stopten een paar cm te vroeg bij sommige haltes. Voor die plekken is in het computerprogramma Koploper het aantal cm's aangegeven waar de tram exact moet staan. Dat werkt.
Vlak voor de stop bij de halte. Alle perrons waren al lang genoeg voor koppelstellen.
Dan rijdt er nu nog een ander stel, maar dan een motorwagen met aanhangwagen: De Buitenlijner.
Het vorige bericht ging over de inbouw van de nieuwe Halling ALX aandrijving in de motorwagen. Na die ombouw heb ik de draaistellen van de aanhangwagen onder handen genomen.
In 1975 al museumtram, daarvoor Buitenlijner HTM 57 +118.
Ik heb onderdelen van de oude draaistellen van de motorwagen gebruikt in de draaistellen van de aanhangwagen. De wielstellen van de aanhangwagen waren in de draaistelzijframes ingesleten. De wielen draaiden daardoor niet best meer en de frames zakten op het spoor. Nu rijdt de wagen weer prima al blijven de erg korte draaistellen met 18,5 mm as-afstand gevoelig voor ontsporingen als de spoorstaven niet nauwkeurig gelegd zijn.
Onderzijde bak van de 118 met ingebouwde wielstellen uit de 57.
Een motorwagen 57 draaistel was te lang voor de aanhangwagen. De as-afstand is ingekort van 24 naar 18,5 mm door 5,5 mm uit het midden van het draaistel te zagen.
De zo verkregen twee halve draaistellen werden verlijmd aan de dwarsbalk in het draaistelframe van de 118. Een combinatie hardplastic - resin (het frame) kan alleen met secondelijm gelijmd worden. Dat kan bij hard stoten losbreken. Ik heb daarom de hardplasticdelen ook onderling verbonden met styreen staafjes. Die zijn later ook zwart geschilderd.
Links de bovenzijde en rechts de onderzijde van het aangepaste draaistel.
Bruin: oorspronkelijke resin, zwart: nieuw hard plastic, wit: versteviging uit styreen.
De functieloze tandwielen houden de wielassen in zijwaartse richting op hun plek.
Oorspronkelijk rustte de wagenbak op nokken in de dwarsbalk van elk draaistelframe. De slijtsporen van die nokken zijn nog te zien als cirkels op de onderkant van de wagenbak. Dat reed niet! Ik had de nokken al een tijd geleden weg gevijld en de bak op een enkel moertje laten rusten en dat ging wel goed. Maar door de twee punten blijft de wagen wiebelen waardoor de wielflenzen boven de spoorstaaf kunnen komen. Beter is de driepuntslagering.
Het ene draaistel rust nu op twee gladde styreen strookjes, het andere op een ringetje.
Met deze driepuntslagering en nog 5 gram gewicht extra onder de bak rijdt de wagen prima.
Zittend achter je bureau aan trammetjes werken was goed te doen tijdens de hete dagen in deze zomer. Zo kom je de dagen van "opsluiting" goed door.
Bij regen weer verder met het tekenwerk voor de huizen.