Pagina is op 12 september 2026 aangepast.
TS Museumtram en een HTM PCC-tram in reguliere dienst.
In Den Haag reden in 1975 alleen PCC-cars in reguliere dienst. Daarnaast waren voor speciale ritten een viertal museumtrams van de Tramweg Stichting beschikbaar. Zie de pagina Het voorbeeld.
Van de Haagse PCC-car is geen model verschenen bij de grote modelspoorfabrikanten. Maar er zijn twee modelbouwers die zelf modellen hebben ontwikkeld voor serieverkoop. In Duitsland is dat Alfred Riess en in Den Haag Wes Kraaijeveld onder de merknaam Wekra. Beiden hebben zelf PCC-kappen en onderstellen ontworpen en laten 3D-printen. Ze maken voor de aandrijvingen gebruik van draaistellen van de Oostenrijkse firma Halling Modelle.
WeKra heeft naast de PCC-cars ook modellen gebouwd van de Haagse museumtrams.
Inhoud pagina
1. WeKra HTM buitenlijner
De man achter WeKra ontwikkelt sinds 2015 naast zijn werk bij de HTM ook modellen van HTM trams. Inmiddels zijn vele modeltrams, van oud tot modern door hem gefabriceerd. Wekra bouwt de modellen in een kleine serie. Liefhebbers kunnen intekenen voor nieuwe modellen.
Sinds 16 juli 2025 ben ik in bezit van een door WeKra gebouwde buitenlijner (HTM 57 + 118). WeKra bouwde dit model op basis van een 3d print van Guido Mansdorf.
Het verkregen model van de buitenlijner was een gebruikt exemplaar. De kap zag er nog steeds goed uit, maar de rijeigenschappen waren niet goed. De tram was voorzien van een ESU decoder en dat functioneerde prima. Maar de tram kwam met moeite door een scherpe boog en de motor werd gloeiend heet. De oorzaak lag aan stroef lopende tandwielen in één van de draaistellen. Daarnaast geeft een overbrenging tussen motor en draaistellen met kunststof slangetjes extra weerstand in scherpe bogen.
De draaistellen zijn uitgenomen. De zijframes zijn weer hergebruikt. De wielstellen met de wielstelframes zijn gebruikt in de draaistellen van de aanhangwagen.
De draaistellen uitgenomen met daarvoor de siliconen slangetjes.
De universele Halling draaistellen waren voorzien van de juiste zijframes.
De motorwagen is voorzien van nieuw ontwikkelde Halling ALX aandrijvingen. Zie het bericht Halling ALX Antrieb voor mijn opmerkingen over de ALX aandrijving.
Met de nieuwe ALX motordraaistellen van Halling
.
Draaistelzijframes aan de houders gezet.
Aan de frames ontbreken voor-en achterzijde, klusje voor later!
Zimo MN170N decoder in de oude motorbak.
De tram rijdt met de ALX motordraaistellen soepel en stil over de modeltrambaan.
Decoderinstellingen in ZIMO MN170N voor ALX-ANT:
Gewijzigd: CV1=57, CV2=2, CV3=5, Cv4=5, CV5=180, CV6=85, CV57=110, CV58=220
Ongewijzigd: (default): CV9=55, CV56=0
Zie voor advies CV9,56-58: Tramfabriek
De uitgenomen wielstelframes zijn 5,5 mm ingekort en gebruikt voor de aanhangwagen.
De bak van de aanhangwagen rustte op nokken op beide draaistelframes. Zie de sporen op de onderzijde van de bak. Die nokken zijn weg gevijld en vervangen door een moertje. Voor beter functionerende driepuntslagering heeft één draaistel twee gladde steunpunten tussen bak en frame gekregen.
Als in 1975: HTM 57 + 118 weer inzetbaar als TS museumtram.
2. Alfred Riess HTM PCC-cars
HTM 1229, aangepast model van Alfred Riess.
HTM 1131, aangepast model van Alfred Riess
De tram blijkt uitstekend over de standaard Roco rail te rijden. Een straat van 25 cm is absoluut geen probleem, ook niet op een helling van 6%! Ik pas maximaal 3,5% toe. Wel zal de tram ontsporen als een wissel niet in de juiste richting ligt. De tram is te licht van gewicht om de wissels open te rijden.
Op foto's van het voorbeeld is te zien dat de tram in scherpe bogen ver uitsteekt. Ook in model is dat zo, maar de benodigde ruimte valt door de vorm van de bak mee.
De tram in de minimale boog van 25 cm.
De tram is in model 2,5 cm breed en 15,5 cm lang. De door Riess gemonteerde koppelingen wijken in vorm en lengte af van het voorbeeld.
Het ruimtebeslag van de tram in bogen:
Binnenboog 1,7 cm uit hart spoor, buitenboog 1,9 cm uit hart spoor.
Dat is ruim binnen de norm. Zie ook het Profiel van Vrije Ruimte (PVR) op de pagina: Railbouw.
De pantograaf steekt vrijstaand 7,9 cm hoog boven spoorstaafhoogte. Minimaal onder bovenleiding 5, 1 cm. Het interieur van de Riess trams is laag gehouden en is niet meer dan een aanduiding.
Decoder aanbrengen in Riess PCC
Voor het aanbrengen van een decoder in het model van Riess moet de kap er af. Daarvoor zijn drie messing microschroefjes aan de onderzijde los te draaien. Daarna schuift de kap er zonder problemen af. Maar dan ben je er nog niet. Het metalen interieur zit gelijmd op het onderstel. Die lijm is week, maar er moet wel in gesneden worden. Ook hier had beter geschroefd kunnen worden. Er was geen ruimte voorzien voor een decoder. De decoder moet ergens worden weggestopt zonder dat de aandrijving gehinderd gaat worden. Bij de laatste modellen is vlak voor de motor ruimte gemaakt waar een decoder in past. Lenz MiniSilver+ decoders net voor de motor ingebouwd in Riess PCC-frames.
Er is geen NEM aansluiting. Ouderwets soldeerwerk aan kleine contactpunten. Een werk waarvoor je gerust een middag kunt uittrekken en dan moet er niets tegenzitten! Daarna alle draden vast zetten met voldoende speling voor de draaistelbewegingen en dan het metaal er weer op. Ik heb dat met enkele kleine stipjes Bisontix gedaan. Dat is weer makkelijk te openen.
Het aanbrengen van een decoder was een hele uitdaging, zie ook het bericht van 10 oktober 2024: Riess PCC onder het mes. Het aanbrengen van verlichting is niet te doen zonder ingrijpende verbouwingen. Daar begin ik nog niet aan. Misschien iets voor later.
Het resultaat: Met een decoder rijdt de Riess tram uitstekend. Een Lokpilotmicro decoder van ESU gaf echter bij mijn trams in de laagste rijstappen schokken. De mini decoder van Lenz gaf direct goede rijeigenschappen. Zijdezacht langzaam rijden is nu mogelijk. Ik gebruik nu:
Lenz SILVERmini+, artikelnummer 10310-02
Gewijzigde decoderinstellingen: CV1=lijnnummer tram, CV2=2, CV3=5, CV4=5, CV5=200, CV6=100
De trams worden op mijn modeltrambaan aangestuurd door het computerprogramma "Koploper".
Met de juiste instellingen rijden de trams nu heel zachtjes en vloeiend. Al mijn Koploper instellingen voor de modeltrambaan staan op de pagina Computerprogramma Koploper van mijn website.
Het frame met gefreesd vakje (wit) voor de inbouw van de decoder met uitgenomen motor en draaistellen:
De Halling draaistellen zijn gemakkelijk uit het frame te wippen. Daarna kan de motor naar boven worden uitgenomen. Het kunststof van het frame is behoorlijk hard. De cardanassen zijn van metaal. Op de motor staat Mabuchi. Dat is een bekend Japans merk, maar er staat op: Made in China.....
Andere verbeteringen aan de Riess PCC
In november 2024 heb ik al mijn PCC's onder handen genomen. Ik heb hierover uitgebreid geschreven in het bericht 29 november 2024: Vangraam-stootlat en andere onderdelen
Daarnaast heb ik twee PCC's zelf van decals voorzien en dit uitgebreid beschreven in het bericht van 2 december 2024: Een scheve tram rijden
De verbeteringen:
Zelf gemaakte vlaggestokhouders.
Er zijn Scharfenbergkoppelingen (Schaku's) van Harmsen Modellbau aangebracht.
Het vangraam heb ik naar achteren verplaatst en verstevigd.
De trams kunnen ook als koppelstel rijden. Dan is de starre Schaku van Harmsen Modellbau een oplossing. Zie ook het bericht Koppelstel De starre Schaku dient met voldoende ruimte gemonteerd te worden.
De bevestigingsogen van de starre koppeling zijn niet om,
maar met speling onder de bouthuls gemonteerd.
maar met speling onder de bouthuls gemonteerd.
De trams in het koppelstel behouden hum eigen decoderadres. Het programma Koploper koppelt de wagens softwarematig zodat ze als één tram rijden.
Pantograaf
Ik heb nog niets met de pantograaf gedaan. Het model van Sommerfeldt lijkt aardig op de Stemmann pantograaf van de HTM 1100. Details zijn niet hetzelfde, maar het beeld is goed. Maar over de bevestiging op het dak ben ik nog niet helemaal tevreden.
Naar mijn mening staat de pantograaf op het model 3 mm te hoog. (zwarte pijlaanduiding) Ook de haken om de pantograaf vast te houden in neergelaten stand (rode pijl) vindt ik niet mooi. Die ga ik zeker weghalen. Maar het laten zakken van het frame op het dak is moeilijker.
PCC's als Koppelstel op lijn 12.
3. Halling aandrijvingen
Ik heb geen modeltrams van Halling Modelle uit Wenen, maar al mijn trams zijn voorzien van een Halling aandrijving. Deze kleine firma ontwikkelde een aandrijfsysteem dat voor iedereen beschikbaar is. Een bijzondere vinding daarbij is een universele uitsparing in de wagenbak in de vorm van een vlinder. Elk Halling draaistel kan hier zonder gereedschap in- of uitgeklikt worden.
Halling "Schmetterling" uitsparing. (tekening Halling)
De "vleugel" is de minimaal benodigde ruimte. Vaak is in trammodellen meer ruimte.
Belangrijk is exacte vorm van de 10 mm ronde uitsparing waarin het draaistel draait.
Belangrijk is exacte vorm van de 10 mm ronde uitsparing waarin het draaistel draait.
Met deze Schmetterling in een zelfgebouwde tram is de universele Halling aandrijving heel gemakkelijk te gebruiken. Halling levert ook een compleet standaard frame. Dit heb ik voor proeven met onderdelen. Op onderstaande foto het C1 frame met twee universele draaistellen en cardanoverbrenging.
Halling standaard aandrijving in C1 frame.
Naast deze standaard aandrijving heeft Halling sinds 2024 een echte draaistelaandrijving met een mini-motor in het draaistel, de ALX. Halling noemt deze ALX terecht een "Game Changer". Een dergelijke constructie was door een andere fabrikant al eens eerder gemaakt. Maar die poging gaf een niet bruikbare "race machine". Dat is bij de Halling ALX absoluut niet het geval.
Halling ALX aandrijving.
Alle draaistelaandrijvingen kunnen voorzien worden van zijframes of zijframehouders. Zo kan iedere trambouwer zijn eigen zijframe monteren. Alle draaistellen zijn leverbaar met verschillende as afstanden. Ook de wieldiameter kan zelf gekozen worden.
Halling ALX aandrijving.
Alle draaistelaandrijvingen kunnen voorzien worden van zijframes of zijframehouders. Zo kan iedere trambouwer zijn eigen zijframe monteren. Alle draaistellen zijn leverbaar met verschillende as afstanden. Ook de wieldiameter kan zelf gekozen worden.
Halling ALX aandrijving met 24 mm as afstand en 9 mm wieldiameter. Op de achtergrond een voorbeeld van een aanklikbaar compleet draaistelframe, op de voorgrond de zijframehouder.
Een test gaf de volgende aandachtspunten aan:
- de tram moet van voldoende gewicht zijn, ik heb mij Buitenlijner tot 91 gram verzwaard.
- de bedrading van de ALX mag geen enkele weerstand geven in de beweging van het draaistel.
- de het draaistel moet ook in dwarsrichting enige speling in hoogte hebben.
Daarmee rekening houdend rijdt de tram met de ALX aandrijving soepel en stil, ook bij een heel lage snelheid.
4. Schoonmaken tramwielen
De wagens zijn licht er daardoor erg gevoelig voor vuil en aanslag op de spoorstaven en op de wieltjes.
Voor het schoonmaken van de wieltjes heb ik van schuim een onderhoudssteun gemaakt met speciale aandacht voor de onderdelen op het dak.
Ik gebruik een stukje rail dat aangesloten is op de centrale. Het stukje rail op het ene draaistel laat de motor draaien. Ik kan dan de wieltjes van het andere draaistel schoonmaken. Elk draaistel mag daarbij niet sterk gekanteld worden, anders loopt de cardankoppeling los.
Wielen poetsen!
Onderhoudssteun op maat.
2024-10-24 Een Avenio komt op bezoek
2024-11-29 Vangraam, stootlat en andere onderdelen PCC-car
2024-12-02 Een scheve tram rijden
2024-11-29 Vangraam, stootlat en andere onderdelen PCC-car
2024-12-02 Een scheve tram rijden
2025-01-04 De bel klingelt
2025-07-17 HTM-Buitenlijner op de modeltrambaan
2026-08-07 Halling ALX Antrieb
2026-08-15 Koppelstel
2025-07-17 HTM-Buitenlijner op de modeltrambaan
2026-08-07 Halling ALX Antrieb
2026-08-15 Koppelstel










Geen opmerkingen:
Een reactie posten